Over personeelsbeleid, Sinterklaas en diversiteit
Ik ben dol op sinterklaas. Te druk om het echt goed te doen, dus twee dagen van te voren altijd aan het worstelen met een te ingewikkelde surprise voor degene wiens lootje ik heb getrokken. Ook aan de gedichten stel ik hoge eisen, die er vaak toe leiden dat ik tot diep in de nacht surf op websites met rijmwoorden. En niet alleen moet de kwaliteit van het gedicht hoog zijn, er moet ook voor iedereen een gedicht zijn. Niet alleen voor degene voor wie ik die surprise moet maken.
Die gedichten
dateer ik altijd met Madrid, 5 december. Of een andere december, want lang niet
altijd lukt het om pakjesavond te houden op 5 december. En ik onderteken de
gedichten altijd met Sint. En soms met Sint en Piet. Maar nooit met Zwarte
Piet. Piet is Piet, de knecht van Sinterklaas. En zo zing ik het ook bij het
zetten van de schoen: “zijn knecht staat te lachten, en roept ons reeds toe.”
Jarenlang heb
ik dat zwart op de koop toe genomen. Maar sinds het begin van deze eeuw ga ik
trouw met mijn kinderen naar de intocht van Sinterklaas. En ik moet toegeven,
die intocht is een mooi fenomeen, dat me doet denken aan de carnavalsoptochten
uit het Zuiden des Lands, waar ik een deel van mijn jeugd heb doorgebracht.
Maar ik begon het ook ongemakkelijk te vinden. Van een abstract fenomeen, dat
onderdeel was van een mooie traditie, werd Zwarte Piet een tastbaar bewijs van
een maatschappij beeld waar ik mijn kinderen nou juist niet mee wilde opvoeden.
Een maatschappijbeeld waarin zwarte mensen dienstbaar zijn aan witte mensen.
Een maatschappijbeeld waarin zwarte mensen ondergeschikt zijn aan witte mensen.
Maar goed, ik
kon me daar dan ongemakkelijk bij voelen, om daar nou een kinderdroom voor te
verwoesten? Ik kon toch moeilijk zeggen dat we niet meer naar de intocht
gingen. Of dat we geen schoen meer gingen zetten. En om nou keihard te liegen
dat Sint wel degelijk stilletjes ons huisje voorbij reed? Dus ging ik het met
mijn kinderen niet over die rare rol van Zwarte Piet hebben, en koos andere
momenten om de gelijkheid van mensen te benoemen, aan te reiken of er in te
rammen.
Vorig jaar
meldde wethouder Andrée van Es dat Zwarte Piet zijn langste tijd heeft gehad.
En anders dan andere keren kwam er zowaar een heuse maatschappelijke discussie op
gang. En in die discussie werd door de voorzitter van het Sint Nicolaas
Genootschap een belangwekkende mededeling gedaan. Een mededeling bovendien, die
door vrijwel niemand werd opgepikt. Deze voorzitter wist te melden dat Sint
allerhande Pieten had. Letterlijk zei hij: “Het is aan Sinterklaas om uit te
maken welke Pieten hij meeneemt en tot nog toe kiest hij voor Zwarte Pieten.”
Kijk, daar is de oplossing. Sinterklaas moet gewoon een divers personeelsbeleid
gaan voeren. Laat hij ook eens een Aziatische Piet meenemen, of eentje uit
India, en graag ook een uit Lunteren. Hoeven we aan kinderen geen ingewikkelde
verhalen te vertellen, zijn we af van die nare zweem van racisme rond de Sint
en kunnen we gewoon pakjesavond blijven vieren.
2 Comments:
Het probleem is de baas/knecht verhouding (zoals anderen ook al opperden op Joop.nl) Dus Sinterklaas eruit zou ik zeggen en de pieten gewoon naar keuze.
Onderstaande brief stuurde ik naar de Volkskrant Of ze hem plaatsen blijft de vraag.
Geachte Redactie,
Als inwoner van Odijk, waar de H. Nicolaas in het dorpswapen prijkt en waar de H. Nicolaaskerk het dorpshart siert, protesteer ik tegen de voorstelling van de H. Nicolaas als een racistische slavendrijver. De goedheiligman ontfermt zich over elke mens in nood, ook over de zwarte mens, die in dit land lijdt onder discriminatie. Hij geeft tegenover discriminerende werkgevers het goede voorbeeld door zwarte mensen in dienst te nemen. Moge velen zijn goede voorbeeld volgen.
John Jorna
Een reactie posten
<< Home